Bijlage 1 De Verlichting, de klassieke muziek en Mozart
DE VERLICHTING
Eind zestiende eeuw al was de stroming van de Verlichting op gang gekomen met grote gevolgen. Met de uitspraak Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben) heeft de filosoof en wiskundige René Descartes (1596 Frankrijk- 1650 Zweden) de grondslag voor de Verlichting gelegd. Onbetwijfelbare kennis kan niet voortkomen uit traditie of gewoonte. Ons eigen verstand is het startpunt van kennis: mens durf te twijfelen, durf te denken. Net als de filosoof Francis Bacon (1561 Londen – 1626 Londen) beschouwde Descartes wetenschappelijke ontwikkeling als de weg om de mens ‘tot meester en bezitter van de wereld’ te maken.
Voor de Verlichting ging men ervan uit dat de mens was geneigd tot het kwade – de geest is gewillig, maar het vlees is zwak. Verder was de mens afhankelijk van God die hem zijn lot en plaats in de maatschappij had toegedacht en van de Kroon die bij de gratie Gods was gegeven.
Een mens moest niet opstandig zijn maar zijn lot aanvaarden – niet klagen maar dragen – maar hij zou kracht naar kruis krijgen. Een mens mocht leven in een aards tranendal maar na de dood werd alles goed gemaakt en wachtte de mens het hemels paradijs. Of de hel maar dat alleen voor de slechteriken en de ongelovigen natuurlijk.
De verlichte denkers daarentegen zagen de mens als van nature goed, autonoom en onafhankelijk. Iedereen was verantwoordelijk voor zijn eigen leven. Er was niets mis met het streven naar geluk in het aardse bestaan. Wel streefden de denkers naar een universele moraal, geldig voor alle handelingen van mensen.
Overgeërfd en van God gegeven gezag (aristocratie, monarchie, de kerk) wekte weerstand op. In plaats van het goddelijke gezag kwam de theorie van het maatschappelijke verdrag – het contract social– van Jean-Jacques Rousseau. De meeste verlichtingsdenkers bepleitten de vervanging van de standenstaat door de democratie, waarbij het volk het hoogste gezag is van de staat. Alle macht die regering, parlement en rechters hebben, wordt vooraf toegekend door het volk via een grondwet. De wil van het volk, daarom gaat het.
(Ik lees elke ochtend stomverbaasd in de krant wat ik nou weer wil – Wim Kan, cabaretier, 1911- 1983).
DE KLASSIEKE MUZIEK EN MOZART
Onder invloed van de Verlichting maakte de barokmuziek plaats voor het classicisme – de klassieke muziek. Er ontstonden nieuwe muziekvormen zoals de sonate en de symfonie.
De dochter en vooral de zoon van Leopold Mozart, assistent kapelmeester in Salzburg, werden wereldberoemde vertegenwoordigers van deze periode. Maria Anna (Nannerl) Mozart (Salzburg 1751-Salzburg 1829) en haar jongere broertje Wolfgang Mozart (1756 Salzburg – 1791 Wenen) traden al in 1762 op voor keizerin Maria Theresa in paleis Schönbrunn met groot succes. Naar aanleiding hiervan besloot vader Mozart met vrouw en hun twee wonderkinderen een tournee door Europa te maken.
De reis begon in 1763 en is exact te volgen omdat de reisbrieven van vader Leopold bewaard zijn gebleven. In een brief uit 1763 schrijft vader Leopold: ‘… maar laat ik u één ding verzekeren: we gaan niet naar Holland. Wel twee of driehonderd dukaten kan ik daar verdienen, zo hoor ik van iedereen, maar ik besef maar al te goed dat het schrikbarend hoge kosten met zich mee zou brengen. En die Hollanders, het gewone volk, maar ook de rest, hebben weinig niveau.’
Op 10 september 1765 kwam de familie Mozart aan in Den Haag op nadrukkelijke uitnodiging van prinses Carolina, de zus van stadhouder Willem V. Wolfgang componeerde in Den Haag enkele aria’s voor de zeer muzikale prinses en toonde zijn kunnen ook nog in Amsterdam, Haarlem en Utrecht. Voor de liefhebbers staat er op Spotify een openbare afspeellijst van de muziek die de kleine Mozart in Nederland componeerde.
In Utrecht werd het muziekleven gedomineerd door het Collegium musicum Ultrajectinum opgericht in 1631 als een gezelschap van dilettanten. Een ensemble voor het optreden van de wonderkinderen in Utrecht werd samengesteld uit deze lokale muzikanten. Volgens Leopold Mozart was er veel ruimte voor verbetering. In zijn notitieboekje tekent hij naast de namen van de muzikanten een vette accolade en schrijft: Reusachtige ezels.
Het absolute hoogtepunt van het bezoek van de Mozarts aan de Republiek was zonder twijfel de viering van de meerderjarigheid van Willem V en zijn installatie als erfstadhouder in Den Haag. Die festiviteiten strekten zich uit van 7 tot 12 maart 1766. ‘Den Haag was ‘verbazingwekkend verlicht’, zoals Leopold het enthousiast in een brief beschreef. Alleen al aan de westgevel van het stadhuis waren ruim 6000 lampen bevestigd.
https://www.historischnieuwsblad.nl/mozart-in-nederland
https://www.utrechtaltijd.nl/verhalen/mozart-en-de-muzikale-ezels-uit-utrecht